Motortrips - Roemenië, Slovenië, Dolomieten 2009

<< Vorige   Volgende >>

In Roemenië (3) - rondje Fagaras-pas

22 augustus 2009

J-P, Ron, Marten en ik maken vanaf camping Salisteanca een rondrit via de Fagaras-pas. We willen er zoveel mogelijk binnendoor naartoe rijden, maar we zijn nogal aan het dwalen over wegen van zeer wisselende kwaliteit. Je denkt de wat doorgaandere wegen op de kaart te vinden door de geasfalteerde weg te blijven volgen, maar in de praktijk werkt dat toch weer anders, zo zou later ook nog blijken.
Tussen Saliste en Sibiu
Tussen Saliste en Sibiu
Van arren moede uiteindelijk toch een stuk hoofdweg gepakt. Want de route van vandaag is te lang om veel tijd te verliezen aan (ver-)dwalen. Langs de weg naar de pas, langs een riviertje, heel veel recreërende mensen, steevast naast enorme bergen rommel. Iedereen dondert zijn afval overal neer.
We hebben hier opeens ook weer collega's (Duits en Nederlands). Toch al enige tijd geen 'vreemde' motorrijders gezien.
Noorden Fagaras-pas
Noorden Fagaras-pas
Noorden Fagaras-pas
De weg langs de noordkant omhoog is redelijk geasfalteerd. Rijdt best lekker.
Fagaras-pas
Op het hoogste punt een enorme kermis van kraampjes met van alles te eten. Op de afdaling komen we nog aardig wat motoren tegen.
Boven op de Fagaras-pas
Fagaras-pas
Dan volgt een vlak stuk langs de rivier en het Vidraru-meer met enorm stuiterasfalt met allemaal reparatievlakjes en een schier eindeloze opeenvolging van bochten. ABS uit en gaan met die banaan haha, heerlijk.
Na het meer mis ik de afslag om weer terug door te steken naar het westen naar Salatrucu, maar op de kaart staat een stukje zuidelijker ook een oost-west-doorsteekje, dus nemen we die maar, naar Cicanesti. Asfalt wordt gravel en gravel wordt een smal zanderig paadje met sporen. Ik spreek dus maar een jonge voorbijgangster aan met de vraag of dit echt de weg is naar het volgende dorp. Het antwoord is ja. Het pad is best lastig af en toe, en als we even hergroeperen, blijkt Ron te zijn gevallen. Hij is het pad beu. Als we vervolgens weer gaan rijden blijkt direct achter de volgende bocht het asfalt weer te beginnen, haha.
Zandpaden op z'n Roemeens
In het volgende dorp informeren we naar het vervolg van de route. De eerste vrouw die we aanspreken, lijkt nog nooit een landkaart te hebben gezien, en kan niet lezen, maar er komen al snel twee jonge gasten met gelhoofd aan die zowaar Engels spreken. We willen naar Suici (al had Ron nog zo gezegd dat die naam niet veel goeds voorspelde) maar niet 'enduro'? Dan moeten we weer terug en helemaal rond. Ja, dan moeten we die paden ook weer terug over, dus da's net zo erg dan. Dan gaan we net zo goed door. De jongen zegt dat het pad 'harder' is dan het vorige, en mijn medereizigers concluderen dat de ondergrond dus harder is, maar ik vraag me af of hij het niet had over de moeilijkheidsgraad. In elk geval wil hij ons wel even naar het goede pad brengen met zijn glimmende auto ('I went to Belgium to get it!').
Zandpaden op z'n Roemeens
Weer moeten we een heuvel over, maar op of naast het pad is altijd wel een stukje dat goed berijdbaar is. Goed kijken, rustig de route plannen en waar nodig gang houden. Op een steile afdaling (zie je niet goed op de foto) met een laagje zand op een harde ondergrond ben ik zo stom om de voorrem te gebruiken en het voorwiel glijdt acuut weg. Niets aan de hand, alleen een zijtas afgescheurd, maar Ron zit te dicht achter mij en moet de motor ook neerleggen.
Zandpaden op z'n Roemeens
Na deze afdaling stoppen we even en rijden Marten en ik als eersten verder. Volgt weer een steil stukje naar een dorpje, en ik heb beloofd bij de afslag te wachten, maar Ron en J-P komen maar niet opdagen en ik sta in de volle zon te stoven. Uiteindelijk dan maar doorgereden naar Marten, sta ik in elk geval niet meer in m'n uppie en ook niet meer in de zon.
Even wachten
Even wachten
De afslag is gelukkig redelijk voor de hand liggend. Als Ron en J-P dan eindelijk komen opdagen, blijkt dat Ron z'n bril op de helling had laten liggen na het valpartijtje. Moesten ze weer terugklimmen en hebben zich een ongeluk moeten zoeken in het gras :-D
Dan is daar eindelijk Suici. De weg naar het noorden, naar Salatrucu, is geasfalteerd, en aangezien de volgende dorpen waar we langs moeten, net zo groot op de kaart staan, nemen we aan dat het nu gedaan is met de zand/keien-paadjes. Dat zou wel goed uitkomen, want het begint intussen wel avond te worden en het is in deze contreien vrij vroeg donker.
In Salatrucu gewoon het asfalt blijven volgen het dal in dus, en niet op de wel degelijk aanwezige wegwijzers gelet. Asfalt wordt wel steeds slechter, en uiteindelijk ook zuiver gravel, maar er komt ons veel verkeer tegemoet, voornamelijk vrachtauto's met ex-bomen. Even gepauzeerd op een mooie open plek.
Open plek bospad Salatrucu
Open plek bospad Salatrucu
En weer verder op dat pad, naar het noorden, naar ik veronderstel nog steeds naar Perisani. Aan weerszijden hoge heuvels. Het pad lijkt wel steeds smaller te worden, maar ik bedenk dat dat ook inbeelding kan zijn omdat ik me zorgen begin te maken of het nog wel ergens uitkomt. We passeren nog steeds groepjes mensen hier en daar, bij een werkplaats of een woning, dus dat is het probleem niet. J-P en Ron blijven wel erg achter, dus na weer een aantal kilometer stop ik om te hergroeperen.
Bospad Salatrucu
J-P en Ron blijken staande te zijn gehouden door een aantal studenten in een auto die een heel gedetailleerde kaart bij zich hadden en zeker weten dat dit pad doodloopt. Dat is een behoorlijke streep door de rekening aangezien we al ongeveer 15 kilometer op dit pad aan het rijden zijn en er geen afslagen van enig formaat zijn geweest. Teruggedraaid en nog een paar keer navraag gedaan bij locals, die met handen, voeten en takjes gebaren dat we pas bij een brug weer rechtsaf moeten richting Perisani. Zucht, echt helemaal terug dus, en de zon zakt al.
Komen we al halverwege het pad bij een klein bruggetje met een pad de juiste kant op en denken dat dit misschien ook wel de bewuste brug kon zijn. Zou tig kilometers omrijden schelen. J-P en ik rijden de brug op, waar twee mannen staan, waaronder een schaapsherder. Hoofden worden geschud, nee, hier kunnen we de heuvels niet over. We moeten echt helemaal terug hoor.
We moeten dus omkeren bij die brug, maar het is zeer oneffen en er is niet voldoende ruimte om rijdend te keren. Dan ben ik uitgespeeld met mijn korte pootjes. Sta te vloeken in mijn helm. Leuk he, een kleine vrouw op zo'n grote motor, maar wat een afgang als je ermee moet staan sukkelen, grrrrr. Dan zie ik J-P het talud afrijden om te keren. Had ik niet aan gedacht. BETER! Ik volg zijn voorbeeld en eenmaal beneden bezie ik zuchtend de onverwacht steile begraste helling waar ik dan ook weer op moet zien te komen. $%&*&$*#&#* Nou ja, als het J-P is gelukt, kan het dus gewoon, geen gezeur. Ik zie waar J-P z'n spoortje loopt dus ga maar ongeveer op dezelfde plek naar boven. Pfff, het lukt! Netjes op tijd het gas weer dicht voordat ik er aan de andere kant weer af duik, haha.
Flink het gas erop om tijd te winnen, maar achter J-P aan in het stof zie ik 1 put over het hoofd. Stuiter de stuiter daar ging de topkoffer. Grrrr. Gehavende koffer vastgebonden en weer verder.
Terug in Salatrucu nog even de opties doorgenomen. Via het noorden naar de hoofdweg is het nu nog dertig kilometer. Dat moet toch haast wel een geasfalteerde weg zijn, maar aan het begin zien we al dat het grof gravel is. En na het eerste bochtje komt er alweer een technischer stukje aan. En ik had Ron nu juist beloofd dat dit vast een betere weg was dan die doodlopende, aangezien hij naar een ander dorp zou leiden. Niet dus. De moed zakt me in de schoenen en ik stop. Maar Marten rijdt door, om de boel te verkennen zei hij later, maar ik dacht dat het een 'kom op, niet zeuren, meekomen'-actie was, dus heb toch weer de benodigde moed verzameld om verder te gaan. Feitelijk hadden we ook geen keus. Hadden naar het zuiden kunnen rijden om daar ergens de hoofdweg op te gaan, maar er was geen enkele garantie dat die weg makkelijker zou zijn.
Zijn intussen al erg moe van het rijden, maar we komen zonder kleerscheuren weer in de bewoonde wereld, en in het dorp waar we doorheen rijden, zijn we een enorme bezienswaardigheid. Raar gevoel om zo langs de vrolijk zwaaiende kinderen te rijden. Zo'n enthousiast onthaal past wel bij de best wel zware tocht die dit onbedoeld is geworden.
Vanaf Perisani weer asfalt, en wat voor! Van dat verse zwarte :-D Net als het donker begint te worden, zijn we op de hoofdweg (alwaar net weer een ongeluk is gebeurd). Dringend toe aan een tankbeurt en wat te eten.
(Bij)tanken
We moeten dan nog tachtig kilometer over de hoofdweg in het donker, geen pretje. Vooral het stuk na Sibiu is hachelijk. Daar heb je een soort anderhalfbaansweg, met een inhaalvak voor beide rijrichtingen. Een nachtmerrie voor mij in het donker, maar gelukkig neemt J-P daar even het voortouw. In Saliste komen we nog een paard en wagen tegen met een koppeltje erop. De vrouw houdt een miniscuul lampje omhoog in de hoop niet aangereden te worden.
<< Vorige   Volgende >>