|
| Volgende >> |
Dag 1: Vanuit Luxemburg Frankrijk door naar het zuiden |
Zondag 3 en maandag 4 september 2006 |
|
Vanaf het kampeerweekend van de GS-club in Luxemburg gaan we op weg richting Lyon. Bij Luxemburg is dat voorlopig nog even behelpen omdat je dwars door de stad gestuurd wordt (kan vast ook anders), maar al snel zijn we een goed eind op weg. Eerst met motregen, maar uiteindelijk wordt het droog en steeds warmer. |
 |
 |
|
Het vreemde is dat we niet het idee hebben hard op te schieten. Doordat het zo warm is, moeten we zo'n beetje elk uur stoppen om wakker te blijven. Als we van de tolweg af gaan om richting Cluny te rijden, zijn we er dan ook meteen van overtuigd dat dat minstens zo snel gaat: doorgaande wegen met weinig verkeer en veel bochten. Af en toe een dorpje voor de afwisseling. Iets minder snel rijden, maar veel minder vaak stoppen. |
|
We vinden een hotel in een dorpje nabij Cluny. Alle spullen moeten helaas van de motor af bij gebrek aan een parkeerplaats aan de achterkant van het hotel (hotel ligt aan een doorgaande weg). We zijn best moe, dus een tripje naar Cluny laten we maar achterwege. Diner in het restaurant, bediend door de dubbelgangster van Edith Piaf. Boeuf Bourgignon en gepocheerde eieren in wijnsaus. Koffie en pepermuntthee toe, al doceert mevrouw Piaf dat dat dus geen 'thé' is, maar een 'infusion'. |
|
Avondwandelingetje gemaakt door naburige buurtschapjes. Het is aangenaam van temperatuur en de maan schijnt fel. Het ruikt naar tijm en andere kruiden. En naar koeienstront natuurlijk. We horen ergens een raar geluid van tussen de huizen komen en dat blijkt een snurkend varken te zijn! De krekels laten zich ook in groten getale horen. |
|
Ontbijt bij de collega van Piaf, die ons begroet met haar rug naar ons toe, snel wat koffie, thee en jus voor ons klaarzet en vervolgens ergens anders humeurig gaat zitten wezen en ons alleen laat met de rijkelijk aanwezige vliegen. Snel wat brood met kaas en jam en een yoghurtje met ontbijtgranen naar binnen gewerkt. Volgende keer drie sterren ;-) |
|
We rijden via Cluny naar Matour via een interessante wegomleiding over een serie heuveltjes en langs kleine dorpjes. Dan wat gave cols door vrijwel uitgestorven bossen, de Col de la Croix d'Auterre en de Col de la Cépee. Superlekker rijden, bochten volgen elkaar snel op. Bijna alles in de derde versnelling te rijden, heel af en toe de vierde erbij bij meer zicht. Zo houd ik het wel een paar weken vol! |
|
In Bénisson-Dieu staat nog het kerkje van een cisterciënzer abdij, met typisch bourgondisch dak. Schitterend. De renovatie van de kerktoren is in volle gang. |
 |
|
Even een wit stuk op de kaart overbruggen (zijn meestal niet zo interessant, geen bossen en rivieren, rechte wegen, veel menselijke activiteit of juist helemaal niets), maar dan kunnen we weer volop aan de bak, via de D25 naar Chatel-Montagne en de D207 en D49 naar Ferrières. Nog meer schitterende rollercoasterweggetjes. Voel me daar als een vis in het water. |
|
We zijn dan al in de Auvergne aanbeland. Op een terras kunnen we buiten een 'broodje' krijgen. Maaltijden worden alleen binnen geserveerd. Belachelijk toch, dat binnen eten van die Fransen in die donkere, bedompte ruimten. Tot de zon doorbreekt en we weg zitten te fikken in de leren motorbroek. Een 'broodje' betekent hier enorme stokken stokbrood met een dikke laag kaas erop, Reblochon dacht ik. |
 |
|
Na de lunch (het was best veel) een ouderwetse after-lunch-dip, en het rijden gaat dan even wat minder lekker. Moet opeens meer remmen voor bochten. Rijd nog ergens een te wijde lijn ook, net als er een tegenligger aankomt. Gaat gelukkig net goed. We zijn weer wakker... |
|
We raken dan verzeild in de Livradois, een gebied met veel cols, maar redelijk wat bebouwing. De wegen zijn evengoed best rustig. Nog even wat heerlijke pruimen, bananen en wat ander grut ingeslagen in een klein dorp. En natuurlijk wat flessen mineraalwater. |
 |
|
Op zoek naar een camping dan. De eerstvolgende is al dicht, maar in Nassargues-Moissac zit een municipal die nog open is. Supernet toiletgebouwtje, dus een schot in de roos. |
|
Helaas heb ik 's middags toch wat te weinig gedronken waarschijnlijk, dus heb een knallende koppijn gekregen. Na een dosis paracetamol en een dutje toch maar het dorp in, want we moeten nog wel iets eten. |
|
We komen uit bij Chez Betty, een hotel-restaurant met een grote, wat ongezellige eetzaal, hel verlicht. Buiten is het reuze aangenaam, maar wederom kun je alleen binnen eten. Het is best druk, veel werklui. Betty is een ongelofelijk nurkse, maar knappe brunette, die ons vertelt dat vandaag alleen het dagmenu geserveerd wordt. Oei, maar even heel lief vragen of ze toch niet iets vegetarisch bij elkaar kan schoffelen, hoeft helemaal niets bijzonders te zijn. Sla met crudités en tomaten dan? Prima. Ik kan ook wat pasta krijgen zegt ze, en kaas toe. Mooi. Dat ze alles met veel geweld op tafel flikkert, nemen we maar op de koop toe. |
|
Geen wijn erbij, wel zo verstandig met die hoofdpijn. Voor het snijden van het brood hebben ze hier een handige hakmachine, en daar weet Betty wel raad mee. We worden toch een beetje bang voor haar. Ik krijg een groot bord vol salade. Zoveel dat ik het nauwelijks op kan. J-P krijgt alleen wat stukken vlees, dus die schiet me te hulp. Dan het hoofdgerecht. Pasta dus. Op het eerste oog lijkt er nog wat boter of kaasschaafsel op te zitten, maar dat is zo weg. Fata morgana of weggesmolten, ik denk het eerste. J-P heeft er een stukje vlees bij. Hm. Gelukkig staat er nog ergens ketchup op tafel :-) |
|
Als toetje, nog na de kaas, krijgen we chocolademousse. Geweldig toch? Die fooi heeft Betty dik verdiend. |
|
De rituele dorpswandeling laten we maar zitten, want zo fraai is het hier niet. Op de camping nog even naar het naburige riviertje gelopen. Hoofdpijn is gelukkig ver weg. (Een bord droge pasta doet wonderen, zeggen ze!) |
| Volgende >> |