Motortrips - Ardèche 2001:

Ga naar het verslag van dag  1  2  4  5  6  7  8  9  10  11  12

Dag 3: Artemare-Largentière

Zondag 20 mei

De mist van de hoofdpijn is net weer opgetrokken als het licht wordt en het blijkt alweer een prachtige dag te zijn. Warm! Een vrouw op de camping laat ons weten waar de bakker is. Het is niet zomaar een bakker die ze ons aanraadt, maar eentje die verrukkelijk (vrouw maakt het eten-om-te-zoenen gebaar) brood heeft. Ze heeft niets te veel gezegd hoor, het is verrukkelijk! Als we vertrekken heeft de campingbeheerster nog een minstens zo goeie tip: rijd nog even over de Grand Colombier, dan heb je niet alleen een superleuke weg (haar man maakt nog het bochtjes-bochtjes-bochtjes-gebaar; die weet wat een motorrijder boeit!), maar ook een overdonderend Alpenuitzicht. Heel even denken we, nee, dat gaat niet, ligt niet op de geplande route (het was weer naar het noorden en we wilden natuurlijk naar het zuiden), maar we doen wat goed voor ons is en volgen de wijze raad van de campingmevrouw op en we rijden de Grand Colombier.
Bovenop Le Grand Colombier
Het is een hele steile beklimming met nauwe haarspelden; de domi krijgt het er erg warm van en de pan moet zorgen dattie genoeg vaart houdt om alle kilo's naar boven te slepen. Het uitzicht is inderdaad indrukwekkend (hahaha, de superlatieven beginnen een beetje op te raken...): de Rhone zien we lopen, het bepaald niet kleine Lac du Bouget lijkt een kleine waterplas, tsja en dan die majestueuze bergen! De afdaling loopt via een heuse wenteltrap, een opeenvolging van haarspeldbochtjes, zonder rechte stukken!!!! En ondertussen verandert het uitzicht voortdurend. Wat bewegen die bergen snel van je af en naar je toe. Na elke bocht ziet het er weer heel anders uit allemaal.
Het is zondag en dan is tanken erg lastig in Frankrijk. Iemand weet nog wel een pomp bij Chambéry die open is. Ligt niet op de meest rechtstreekse route zuidwaarts, maar laat er nou een groengerande weg naartoe lopen :-) Na deze plezierige omweg (is dat niet dubbelop?!) rijden we weer even flink door, net westelijk langs Grenoble. Het lijkt even te betrekken, maar de Vercors baadt in het zonlicht :-)
Niet dat je in de Gorges van de Vercors altijd evenveel zon ziet. In nauwe kloven slingert de weg zich voort en de zon komt er bijna niet in. Omdat het zondag is, is het vrij druk met automobiele toeristen, dat is best jammer. De weg blijft maar draaien en grootscheepse inhaalmanoeuvres zitten er dan gewoon niet in. Beetje achter de auto's aan hobbelen dan maar. Op een stuk zitten we achter een redelijk vlotte automobilist, zoals er daar in Frankrijk vele van zijn. Da's dan weer minder erg. Na de Gorges de la Bourne klappen we langs de weg de stoeltjes uit en nuttigen we een late lunch.
Remco rijdt na onze picknickmaaltijd voorop en zet er flink de vaart in. Het is de bedoeling dat we langs de Grands Goulets rijden. Een met veel bloed zweet en tranen in de rotsen uitgehouwen weg, die heel indrukwekkend schijnt te zijn. Ook heb je daarvandaan een fenomenaal zicht op een fraaie serie haarspeldbochten. Maar Remco denkt dat hij een andere afslag moet hebben en Erik, die achter hem rijdt, doet zijn uiterste best om dit Remco duidelijk te maken, knippersignalen, aan het elastiek op verschillende afstanden achter hem rijden, etc. etc., maar Remco blijft doorsperen en Erik krijgt geen contact... :-) Nou ja, dan maar geen Grands Goulets. De Col de Rousset komt nog, da's al aardig wat om te verhapstukken :-).
Spiegels zijn geen accessoires hoor!
Bovenaan de Col de Rousset staan wat motorrijders, eentje heeft een Tweety-GS, helemaal brandschoon, alsof ie zo uit de showroom komt. Als we boven staan, is het net alsof we toeschouwer zijn bij een circuit: meerdere haarspelden zijn goed te zien en ook wat rechte stukken. De een na de ander zien we de afdaling rijden. Sommige motoren hoor je tot vele bochten verderop, andere helemaal niet. Het is een fascinerend schouwspel.
Col de Rousset
We grappen nog wat dat ik J-P wat voorsprong moet geven, zodat het niet te lullig voor hem is als ik als eerste beneden kom, maar J-P rijdt zijn bochtjes stukken soepeler dan ik. Dit is echt een afdaling voor gevorderden, waarbij het heel erg op je techniek aankomt. Veel en veel moeilijker dan wanneer je deze weg naar boven zou rijden. Het is bij tijd en wijle behoorlijk steil, zodat je steeds veel extra snelheid vergaart en er zijn echte venijnige draaiers bij. Bij een of twee van die messcherpe bochten heb ik te veel snelheid en ik moet echt alle vaart eruit remmen om op mijn eigen weghelft uit te komen; netjes is anders :-) Niet dat je daar veel tegenliggers hebt, overigens. Het is bijna alsof de col is voorbehouden aan afdalende motorrijders. Slechts 1 auto kom ik tegen onderweg. Af en toe liggen er grote stukken steen op de weg. Ik krijg een flinke brok steen onder mijn voorwiel, maar de domi geeft vrijwel geen krimp.
Ongeveer driekwart op weg naar beneden staat er een gendarme midden op de weg. Huh? Een politiefuik voor al die stoute motorrijders die daar de berg afsjezen? J-P heeft even (ok, misschien was het wel heel lang! ;->) op me gewacht en gebaart me dat ik gewoon door kan rijden. Dan zie ik waarom de gendarme er stond. Die heeft net doodgemoedereerd de stukken steen terug in de berm geveegd die door een crashende motor op de weg waren geslingerd. Een bocht verder rijdt een gele bergingswagen met een Suzuki racekanon (Srad?) erop. Licht tot matig gewond, die motor, zo te zien. Beneden hijgen we uit, aan de overkant van de straat staan wat locals die uitbundig gebaren van 'O ja, tuuuurlijk, daar heb je er weer een', zodra ze de bergingswagen zien. Dat zal daar wel aan de orde van de dag zijn :-)
Zo, dat was genieten zeg, die Vercors! Daarna, vanaf Die, moeten we nog een flink stuk naar het westen en dat doen we over een grotere weg (D104) langs de Drome. Met die enorme pret van de Vercors in het achterhoofd is het heus niet zo erg om even een stuk rechtdoor te rijden. We rijden in en om Privas nog een flink stuk achter iemand met een Suzuki racemobiel die langdurig op zijn tank zittend aan het rijden is. Zitten de zadels van die Suzuki's echt zo rot?
De Col de l'Escrinet die we nog meenemen is een leuk toetje. Over eten gesproken: vlak voor Largentiere nuttigen we op straat nog een pizza, bij de pizzakar. Zoiets had ik nog nooit gezien! Alles wordt vers gemaakt, dit is een echte!! Heerlijk. Als we net de laatste stukjes oppeuzelen, komt daar een Hollandse opel de straat in gescheurd. Tsjeeeess, wat is dat voor een aso?? Het al eerder gearriveerde deel van de Hollandse kolonie (Roland, Thomas, Steffienette, Anton, Steven) voegt zich bij ons! Wat een toeval! Gelijkgestemde (want hongerige!) zielen op zoek naar een hapje eten. Nadat ook zij hun pizza's overhandigd hebben gekregen, rijden we in kolonne naar Opa's hut. Strak tempo, hoe snel kun je met een auto op de bochtige weggetjes naar Largentiere een vermoeid kluppie motorrijders afschudden? Snel :-) In het donker zetten we de tent op om er niet veel later voldaan in te rollen :-).
<< Vorige dag>> Volgende dag