Motortrips - Auvergne 2000

Ga naar het verslag van dag  1  2  3  4  5  6 

Dag 7: Hairpin to heaven

Op dinsdagochtend nemen we afscheid van Marc, Michiel en Anton. Erik, Hans, J-P en ik vertrekken richting Luxemburg. Het laatste stukje Frankrijk, richting Belgische grens, is erg mooi, met veel bossen. Op een gegeven moment missen we een afslag en krijgen we een extra-grof keienpad voor de kiezen (keien van zo'n 10-15cm doorsnee). Toch maar even keren, want dat is net iets te veel van het goeie. Evengoed: als m'n reisgenoten hadden gezegd 'het is te doen', dan had ik het nog geprobeerd ook hoor. Geen idee hoe het CB-tje dat gevonden zou hebben.
J-PanTrial
Gelukkig vinden we dan net over de grens in België toch een leuk en lang offroad pad door de bossen. Niet al te moeilijk, alleen af en toe wat diepe kuilen. Het meest verraderlijk zijn nog de stukjes bemost asfalt tussendoor. Dan kun je beter over de onverharde stukken rijden. Erik en J-P rijden bij mij weg en Hans zie ik op een gegeven moment niet meer in m'n spiegels. De laatste bouten van zijn koffers blijken afgebroken te zijn. Niet dat Hans daar pissig om wordt: nee hoor, spanbandje erom en vrolijk weer op weg.
Men in Black
Naar Martelange toe rijden we een weg die de nog heel verse herinnering aan de Gorges du Chouvigny weer oproept: een lange opeenvolging van mooie ronde bochten. Inmiddels loopt Hans z'n voetrem weer aan en luisteren we allemaal ongerust naar onze eigen motor of *wij* het toch niet zijn... Zoals Erik al enthousiast heeft aangekondigd, krijgen we dan nog een stuk hele brede weg (een soort van quasi-snelweg) met fantastisch lange scherpe bochten, die je met 100+ zou kunnen nemen. Tsja, even het overige verkeer buiten beschouwing latend dan. Daar kun je immers niet altijd voorbij.
Voor de Hemelvaartreis had ik nog geen enkele haarspeldbocht gereden (komen ook in Zeeuws-Vlaanderen niet voor) en in de zes dagen hiervoor slechts enkele: een paar in Limburg en een paar in Noord-Frankrijk (bij die wielrenronde-omleiding). De route van Erik in Luxemburg was wat haarspelden betreft een feest. De ene na de andere, alleen nooit meer dan een stuk of zes na elkaar.
Verdomd, de ene haarspeldbocht is de andere niet. Na mijn uitgebreide toeschouwerschap in de Dolomieten, weet ik heus wel ongeveer wat de gewenste techniek is (thanx maestro J-P...), maar daarmee ben je er natuurlijk nog niet. Bovendien is de CB geen ST en moet je zelf eerst even uitzoeken wat voor versnelling je het best gebruikt en zo. Af en toe kwam ik in de rechtsombochten erg ruim uit en was ik blij dat er geen ander verkeer was. Geen idee hoe ik me red als er op zo'n moment wel een tegenligger aankomt. Eerst nog even goed oefenen dus. Een uur (het leken wel uuuuuuuren, zoveel viel er te genieten!) rijden over een stukje dat hemelsbreed maar twee kilometer is. En een sorbet toe :-b
Het is even zoeken, maar achter de dorpen, in de dalen, liggen fantastische, smalle weggetjes. Officieel zijn die alleen toegankelijk voor bestemmingsverkeer en dan ook nog op eigen risico. Het betekent in ieder geval dat het wegdek slecht onderhouden is. De beloning is zoet: vredige, verstilde dalen. Net als we in een mooi open dal, vol bloemen, zijn, breekt de zon door. De herinnering aan de Dolomieten dringt zich op. Natuurlijk niet van die prachtige rotspartijen hier, maar wel zo'n prachtige bloemenzee en zooooo rustig!
Voor zover Erik nog niet ontketend was, in Luxemburg, is hij het wel op weg naar zijn vaste kampeerstek bij een kameraad. Staand de bochten door in een strak tempo, bijna niet te volgen. Het is echt van dat weer met van die massieve wit/grijze wolkenpartijen met tussendoor strakblauwe luchten en hierna zitten we even niet in een blauw stuk. Het water komt met bakken tegelijk uit de hemel. Omdat mijn bril helemaal beregend is, stop ik hem maar in m'n borstzak, waar hij nog geen vijf minuten later weer net zo hard uitwaait. Het duurt even voordat ik doorheb wat er net via m'n bovenbenen weggezeild is en vijf bochten later bedenk ik dat ik ook wel eens kan gaan kijken of mijn bril (toch weer zeven tientjes en dat na al die exemplaren die ik op benzinepompen, onder de wielen van de Pan en op parkeerplaatsen heb laten liggen) misschien nog heel is (had ik laatst ook met m'n creditcard bij de Liefkenshoektunnel bij Antwerpen, betaald, kaart in de borstzak, optrekken en tadaaa wég creditcard! Vijf bochten later stopte ik pas weer; dat was alleen wel pas bij Bergen op Zoom ;-D) Weer gemerkt dat zo'n leren broek plaatselijk als een spons al het vocht verwelkomt dat van je jas, de tank en het zadel afdruipt. Volgende keer maar niet meer zo lang wachten met het aantrekken van de regenbroek...
Uiteindelijk belanden we zelfs nog in Duitsland, in de Eifel. In een prima restaurant nuttig ik de laatste omelet van deze vakantie. Het is meteen de lekkerste, mit Kartoffelkroketten! Om negen uur stappen we weer op de motor en mijden de snelweg tot we in Luik zijn. Vooral terwijl het nog licht is, gaat het geweldig: heerlijke, lange bochten: een voortreffelijke route, waar je behoorlijk lekker door kunt rijden.
Het is donker en begint al te motregenen als we in Franchorchamps op het afgesloten circuit stuiten, wat betekent dat we kilometers om moeten rijden, zeg maar via de 'tribunes'. Wel eens gaaf om te zien, hoe ver dat uit elkaar ligt, met dat natuurlijke hoogteverschil. Ik kan me ook wel voorstellen dat je daar als toeschouwer niet vlak achter de 'strobalen' wil gaan staan. Heel irritant die motregen, omdat die zo aan je vizier blijft kleven. Met open vizier rijden gaat ook niet, daarvoor rijden we te hard.
Terwijl we in Frankrijk in elk etablissement met open armen werden ontvangen, is de service in Spa wat minder. Het is na elven en de uitbaatster heeft weinig zin meer om nieuwe klanten te bedienen. De kachel staat aan in de zaak, zodat ik in een recordtempo rozig word. Ik begin te vrezen dat ik never nooit lang genoeg wakker zal blijven om vannacht nog naar huis te rijden.
Tanken in België is heel lastig in de avonduren. Alles werkt via Bancontact of Mister Cash of zo en als buitenlander kom je met je Visa en MasterCard nergens. Gelukkig zijn er nog wel tankstations waar je kunt tanken nadat je wat van dat Belgische monopoliegeld in een machine hebt gepropt. Dat laatste doen we dus, in Spa, 1000 Bef erin en om de beurt tanken maar. J-P neemt het over bij een stand van 843 Bef. Even te lang gewacht (want de tankdop loopt zo stroef, wat wil je als die zo weinig open moet...) en er komt geen druppel benzine meer uit. Dure brandstof, op deze manier.
Het enige dat ik wil doen is de blijkbaar speciaal voor dit soort gevallen bestemde klachtenbus naar de maan schoppen, maar Erik zegt monter 'Goed, dat wordt dus een klachtenformuliertje'. De winkel is nog wel open, dus Erik en J-P gaan naar binnen om te reclameren. Het voorstel van de winkelbediende om de dag erop maar terug te komen om het geld terug te vorderen, wordt vriendelijk doch beslist afgewimpeld en, geheel tegen de procedures in, krijgen ze het geld nog terug ook. Blijkt maar weer dat je betere resultaten boekt als je geen driftkop bent (niet dat ik m'n leven nu gebeterd heb hoor, aard van het beestje he...maar ik blijf oefenen...).
We hebben al mondeling afscheid genomen van Erik en Hans, maar we rijden nog wel een stukje samen binnendoor tot we in Luik zijn. Erik weet nog wel een leuk binnendoorweggetje: mét haarspeldbochten! Het is donker, het regent, ik ben hondsmoe en dan moet ik nog haarspeldbochten rijden???? Hmmm, nou ja, ok. Wat extra oefenen is inderdaad niet weg....maar de omstandigheden hadden beter gekund.
Vanaf Luik met z`n tweeën verder, toch raar want de Hemelvaarttoer is nu echt voorbij. Het is dan naar schatting nog twee en een half uur naar huis, grotendeels snelweg. Even flink doorrijden, maar niet harder dan 130, want er staat flink wat wind en ik zit er he-le-maal doorheen. Ik ga maar op de tank liggen, dat is nog het minst inspannend. J-P slalomt wat af achter mij. Omdat ik gehypnotiseerd word door de achterlichtjes van een auto die we maar niet naderen, neem ik geleidelijk wat gas terug. J-P rijdt me zowat aan. Even stoppen maar dus. Blijkt dat ook zijn ogen aan het dichtvallen waren en dat dat slalommen ook alleen maar uit nood was.
J-P heeft het ontzettend koud en krijgt daardoor pijn alsof ze messen in zijn nek en rug aan het steken zijn. Zijn enige trui zat in de jamkoffer, maar gelukkig heb ik nog een col over. Ik heb twee fleecetruitjes aan onder mijn jas, maar nog steeds heb ik het koud. Het is ook zeker 10 graden kouder dan die ochtend. Op de ring van Antwerpen verkijk ik me, half-versuft, op een klaverbladbocht en ik zet het op een remmen. Altijd fijn om onverwachts te moeten remmen als je je regenbroek aanhebt. Ik schuif zowat door tot op m'n stuur...
Bij het binnenrijden van Zeeuws-Vlaanderen besluit ik niet de gebruikelijke binnendoorwegen te nemen, maar J-P blijkt daar anders over te denken. Bij het eerste het beste doorsteekje ben ik hem kwijt. Als ik hem weer tegenkom, omdat hij op me staat te wachten, roep ik dat ik NIET verder door de polder wil. Ik KAN gewoon niet meer. Ik zie alles veel te laat in het donker en ik voel me te verkrampt van de kou, de snelweg en de vermoeidheid om nog fatsoenlijk een bocht in te sturen. J-P heeft me niet verstaan en rijdt even later alsnog de polder in. Samen uit samen thuis: de laatste paar kilometers niet dus. Wat zal het ook, we komen elkaar op het ons beiden bekende adres weer tegen om 2 uur in de ochtend.
<< Vorige dagMotortrips