|
Ga naar het verslag van dag 1
2
3
4
5
7 |
Dag 6: Champagne, koek en jam |
|
Na een nacht waarin het niet langer dan een half uur droog was geweest, waagde bijna iedereen zich al om zes uur des ochtends buiten het tentje. Hetzij door ongerustheid (is de motor toch niet in de blubber weggezakt?), hetzij door gekriebel (help, onze spullen zijn veroverd door een m**renleger), hetzij door een ongekend verlangen weer op de motor te stappen. Ikzelf stond te trappelen het tentje van de buurman te verlaten vanaf het moment dat de eerste reisgenoot buitenkwam en er een soort squish-squish-geluiden in plaats van 'normale' voetstappen te horen waren. Ik werd behoorlijk ongerust over het lot van onze spullen.
|
|
|
Wie vertelt het hieropvolgende ochtendtafereel na zonder weer de kriebels te krijgen, denkend aan die krioelende m**renmenigte in tent, motorlaarzen, helm, jas, handschoenen, campingstoeltje, korter gezegd alle bagage van Marko en Laurens en in de schoenen van Anton?
|
|
|
Gelukkig stonden er nog een paar niet-weggeregende Nederlanders op de camping die, aangedaan door het leed van hun medelanders, een bakkie troost aanboden (kan toch zo in de brievenrubriek van de Kampioen? Bedankt jongens!). Dat ving meteen een beetje de klap op van de brandschone en goed af te sluiten toiletten (onder welk feit dit verhaal natuurlijk ernstig te lijden heeft).
|
|
In de ontvangst- en recreatieruimte van de camping mochten we plaatsnemen met de hele ontbijtboel. Meteen ook de boterhammen voor die middag gesmeerd, mmm, lekker, stokbrood met aardbeienjam, en alles in een plastic zak veilig in de topkoffer van de J-Pan ondergebracht. Marc, Anton, Michiel, Erik, Hans, J-P en ik hoefden nog altijd niet naar huis, dus wij reden verder langs een prachtige binnendoorroute richting Noord-Frankrijk.
|
 |
|
Voor sommigen was het vechten tegen de slaap op de motor, terwijl de Champagnestreek toch echt fraai genoeg is om je ogen open te houden en terwijl het voor het eerst in dagen wat koeler was. De lunchpauze kwam dan ook als een welkome onderbreking. Zelfs Hans liet, uitgeblust, het fraaie grindpad dat we als parkeerplaats gebruikten even voor wat het was. Tijd om de boterhammen met jam uit de koffer te halen. Of, ik kan beter zeggen: tijd om de boterhammen uit de koffer met jam te halen: de pot was opengegaan. Waren het de hobbels in de weg of J-P's geslinger en geschraap die de deksel van het potje scheidden? Boze tongen beweren dat ik het dekseltje er niet goed op had gedaan, maar dat ontken ik tot op de dag van vandaag ten stelligste.
|
 |
|
Gelukkig zat er iets heel krachtigs in Hans' broodtrommeltje, waardoor we nog konden genieten van een fraai Magna-doet-grind-hillclimb-schouwspel. Ook Michiel, Anton en J-P hadden weer voldoende energie om zich op de helling uit te leven, nauw in de gaten gehouden door op thermiek zwevende roofvogels. Het grappigst was nog de landbouwer die met z`n tractor het door Hans vakkundig omgeploegde grindpad opreed en duidelijk verwonderd naar de sporen keek die hij op z`n vertrouwd weggetje aantrof, je zag `m denken:"Wat is hier gebeurd???"
|
 |
We rijden door de streek van de slagvelden van de eerste wereldoorlog. Ontelbare begraafplaatsen, met ontelbare rijen witte kruisjes, heel indrukwekkend. In één dorp rijdt Hans wat van ons weg om een benzinepomp te zoeken en komt laaiend enthousiast terug: nee, geen benzine, maar fantastische trappetjes om overheen te rijden! Als we erlangs rijden, blijkt ook dit een oorlogsmonument te zijn. Niet zo geschikt voor een trialoefening dus.
|
|
Weer wat verder naar het Noorden kwam dan eindelijk het eerste echte regenbuitje tijdens het rijden. Kun je nagaan: tot dan toe was de CB nog brandschoon! Ik dolblij, want je kunt na honderden kilometers toeren toch niet met een motor thuiskomen die eruit ziet alsof je hem pas gewassen hebt. Niet te dicht achter Hans aanrijden door de modder, want anders gaat dat zo knarsen tussen je tanden... Als we eenmaal onze regenpakken hebben aangetrokken, klaart het terstond op.
|
 |
Als we stoppen voor een vieruurtje, blijk ik de bagage die onder de jam zat in een andere koffer te hebben gestopt, zodat alleen het kettingslot en het net aangebroken pak volkorenkoeken nog in J-P's topkoffer zitten. Het resultaat is vooral een lekker hapje voor mensen zonder tanden...zal nog best smakelijk geweest zijn, met een likje jam.
|
|
Tegen een uurtje of vijf strijken we neer in Motorhotel Jareba. Men spreekt hier Brabants?! Da's even schrikken zeg... Erik oppert de mogelijkheid om de laatste dag in Luxemburg door te brengen. Dat hoeft ie geen twee keer te zeggen. Inmiddels was al duidelijk dat Erik de omgeving daar op zijn duimpje kent... Jaha joepie, natuurlijk gaan we mee! MagnaBagger wil ook mee en vraagt zich af: zouden we gewoon tot in de eeuwigheid door blijven rijden, het ene land na het andere doorkruisend? Was dit het begin van een wereldreis?
|
| << Vorige dag | | >> Volgende dag |