|
Ga naar het verslag van dag 1
2
3
4
6
7
8
9
10
11
12
13
|
Dag 5: Cusy - Briancon |
Donderdag 10 juni |
| Heet vandaag! Goed insmeren met zonnebrand en ontbijten in de schaduw. Het grote timen van het aantrekken der motorkleding begint. Doel: voorkomen dat je geen minuut eerder dan de rest met je motorhelm op en je jas aan klaarstaat, want je valt gegarandeerd flauw!
|
 |
|
Vandaag staan er een aantal grote cols op het programma; we zouden graag bij Briancon willen uitkomen. Eerst halen we water bij een supermarkt, bescheiden nog, nog geen zes anderhalve liters zoals een paar dagen later, maar kleine flesjes. Via le Chatelard, ten zuiden van het meer van Annecy, rijden we in de richting van de Col du Frene. De bergen zijn hier echt imposant, de wegen vrij open, met lange, overzichtelijke bochten. Dit is niet mijn lekkerste moment van de dag, merk ik aan mijn gebrekkige timing. Ik kom tamelijk beroerd uit, telkens. De Col du Frene, een afdaling met redelijk ruime haarspelden, loopt ook nog niet zo lekker. Als we de snelweg tussen Grenoble en Albertville en de brug over de Isere over zijn, moeten we eerst even flink wat water bijtanken. Die flesjes zijn snel leeg. Thomas gooit in een keer een halve liter naar binnen, niet te geloven. Het is dan ook snoeiheet.
|
|
De Col de Champ Lauret is erg lekker om te rijden, gelukkig wordt mijn timing alweer wat beter. Korte haarspeldjes, weer lekker pielen. Door een foutje rijden we hier nog een extra lus, maar dat is geen straf, gezien de heerlijke bochten en het verse asfalt. Thomas kan ondertussen nauwelijks wakker blijven, dus het is wel verstandig even te stoppen.
|
 |
|
We komen uit bij de doorgaande wegen, een groot dal, amper schaduw, schroeiendheet. Eerst tanken, pharmacie zoeken voor hooikoortsmedicijnen voor Thomas en Pernette, pinautomaat. Mijn hoofd gaat langzaamaan koken van het stilstaan en langzaam rijden in de hitte. Even bijkomen in de schaduw maar en flink veel water drinken, alweer.
|
 |
|
De weg naar de Col de Glandon is in het begin behoorlijk druk, heel erg bochtig en heel erg vol verse reparatiestukken. Blinkend nattig teer en her en der lappen grind. Dan houden de wegwerken op en begint het flink te stijgen, zonder dat we veel haarspelden tegenkomen.
|
 |
|
Dit is de eerste echt hoge col (1906m) van deze vakantie en we stoppen vaak om het natuurschoon te bewonderen. Watervallen, mooie bloemen, fantastisch zicht op de bergen achter ons.
|
 |
|
De Domi wil al wat minder rap naar boven; je kunt goed merken dat we flink hoog zitten. Bovenop is het behoorlijk fris, een graad of 14, echt lekker fris voor de verandering en natuurlijk nog steeds superzonnig. We blijven hier wel een half uur om van het uitzicht te genieten.
|
|
Dan rijden we door naar de Col de la Croix de Fer. Die is maar een klein beetje hoger dan deze col en we zijn er zo. Er staat een bordje Route Barree, want men is hier hard aan het werk om een strookje van een paar meter opnieuw te asfalteren. Het lijkt tamelijk hopeloos, maar we mogen er toch over! Hartstikke gaaf, want anders hadden we een groot deel van onze vervolgroute moeten herzien. Met die enorme bergen hier vind je niet zo snel een doorsteekje :-)
|
 |
Als we afdalen zien we wat voor water hier van de berg afkomt: dat is helemaal grijs! Bepaald geen sprankelend helder water, maar best een gore zooi. Na de Col du Mollard een heerlijke afdaling, een witte kronkel op de kaart, zonder groen randje, maar deze krijgt van ons wel een groene rand! Een schier oneindige reeks haarspelden, klein maar fijn. En was ie maar echt oneindig! Overigens is het in deze omgeving dat de domi voor het eerst echt flink begint te knallen bij het afdalen. Als we klimmen, trekt ie veel minder dan normaal...
|
|
Om bij de Col du Telegraphe met daarachter de Galibier te komen, moeten we een stukje Route National rijden (N6). Hier mag je 70 per uur en er ligt een doorgetrokken streep in het midden. Wij rijden 90. Er is een automobilist die er graag langs wil. Thomas en Pernette gaan aan de kant om er snel van af te zijn (wil je wel, als je iemand zo snel in je spiegels ziet naderen) , maar Steffen vindt dit geen veilige plek om zich in te laten halen (er zijn wat flauwe bochten en er komen regelmatig tegenliggers; als er na de bocht een tegenligger komt en het blijkt niet meer zo goed te passen, dan komt die auto toch weer terug jouw kant op en ben je de zwakste partij, aldus zijn redenering). In mijn spiegels zie ik duidelijk dat men elkaar nogal zit te irriteren, heel vervelend. Op een gegeven moment rijden ze niet harder dan stapvoets. J-P en ik stoppen bij een rotonde. De rest komt uiteindelijk ook tergend langzaam aanrijden, met automobilist. Men ruziet nog wat met elkaar, zonder dat men elkaar begrijpt en J-P probeert te sussen. De automobilist houdt het snel voor gezien.
|
|
Dit is een goed moment voor een eetpauze, om de gemoederen wat te laten bekoelen. Er is een restaurant aan de kant van de weg, met terras! De waardin staat de plantjes te besproeien en biedt aan om ons ook even een douche te geven. J-P ziet het wel zitten, gezien de hitte, maar jammer jammer, c'etait pour rire :-)) De tafel wordt eerst nog grondig afgenomen, zodat we een kraakheldere eetondergrond hebben. Nogal in contrast met de staat van mijn gezicht, zie ik op het toilet. Ik rijd vrijwel steeds met het vizier open, dus ik ben alweer pikzwart!
|
|
|
 |
Er is geen menu. De flamboyante madame maakt gewoon iets met wat ze in huis heeft, Plat du Jour. Dit kondigt ze fantastisch theatraal aan, met de inleidende zin 'Alors, je vous propose...'. Volgt een complete opsomming van de ingredienten van een koude schotel. Da's echt wel lekker op zo'n warme dag als deze, dus daar tekenen we voor. Lekker brood en wat koude dranken erbij en een ijsje toe. En wat malthezer bergfikkies om pate aan te voeren, althans, J-P vindt dat wel een uitkomst. Ik vind het zielig voor het hondje. Thomas vindt het zonde van de paté. :)
Madame voorspelt dat we de Col du Galibier fantastisch zullen vinden.
|
|
Eerst komt nog de Col du Telegraphe op ons pad, met hele ruime haarspelden. Dit is typisch wintersportgebied. Het plaatsje Valloire, tussen de Telegraphe en de Galibier in, staat vol met van die quasi-blokhutten en het is een woud van lichtreclames en uithangborden. Schreeuwerig. Terwijl het hier helemaal uitgestorven is! Overal in die wintersportgebieden kun je zien dat er een mega-instructuur is aangelegd, brede wegen, goed onderhouden, veel parkeerplaatsen. Pure overkill voor in de zomer, maar in de winter wschl. afgeladen vol, dus goed gebruikt.
|
 |
|
De Galibier is inderdaad indrukwekkend. Voor het eerst zitten we letterlijk in de sneeuw. En koud dat het is! Ik moet echt mijn fleece aandoen onder mijn jas. Het is winterkoud! De zon staat al wat lager, het is een uurtje of acht.
|
 |
|
En toch zijn er nog snowboarders langs een steile helling naar boven aan het sjouwen om straks in een mum van tijd weer beneden te zijn. Leipo's!
|
 |
|
Ik heb wat moeite om van het uitzicht te genieten zolang ik hoge nood heb, maar uiteindelijk geef ik het idee op dat er een bosje moet staan (dat kun je wel vergeten boven de boomgrens ;->) en blijkt een sneeuwberg ook prima te voldoen :-) Hierna ben ik een stuk meer relaxed :-)
|
|
De afdaling is spectaculair en de hoogtevrees komt hier voor het eerst erg om de hoek kijken. Ik heb hier namelijk last van een heel gek soort gezichtsbedrog: de weg lijkt bijna helemaal rechtdoor te lopen, de puzzelstukjes passen precies. Maar er zit eerst nog een vette slinger tussen! Rijd je hier rechtdoor, dan loopt het niet zo goed met je af. Je leert zo wel snel je routeplanning te herzien...en het wat rustiger aan te doen :-) Kennelijk rijden we hier ook nog de Col du Lautaret, maar die valt als zodanig niet echt op.
|
 |
|
We zoeken een camping waar we een paar dagen kunnen staan, zodat we van daaruit wat onverharde passen kunnen rijden. In Chantemerle, een voorstadje van Briancon, vinden we een camping, maar die lijkt niet geschikt om een paar dagen te blijven. Hij ligt vlakbij de grote weg, en daar is het zelfs op dit tijdstip een drukte van belang. Verder zoeken dus, maar dan moeten we verder rijden natuurlijk en Pernette heeft niet meer zoveel benzine. Pomp gevonden, maar hij is dicht en werkt alleen op een Franse bankpas. Een Fransman die daar komt tanken, wil ons niet op zijn pas laten tanken, maar hij wijst ons wel een pompstation dat nog open is. Mooi :-)
|
|
In de Vallee de la Claree (geweldige naam!) zit helemaal aan het eind een camping die het Michelinboekje de moeite waard vond om op te nemen. Maar die is nog 16km weg en al veel eerder komen we een camping municipal tegen. Nou, proberen maar. De energie is zo op, dat ik echt niet meer zo kritisch ben. Er staat een busje met het opschrift 'Lifestyle adventures'. Als we het terrein oprijden hoor ik, 'Ha, Nederlanders!'. Ik begrijp dat niet, die vreemde opgetogenheid die sommigen tentoonspreiden als ze landgenoten tegenkomen. Ok, als je al maanden ergens in verweggistan zit misschien...en dan nog... Een van de Lifestyle-avonturiers vraagt aan J-P of we helemaal vanuit Nederland met de motor zijn komen rijden :-) Nee, wij zijn ook maar lifestyle bikers nou goed??
|
|
We mogen een plek uitzoeken, niet op het nette middenterrein, waar het nog fatsoenlijk vlak is en er gras staat, maar ergens half in het bos. Het geschikte terrein is gereserveerd voor caravans. Alsof het voor hun iets uitmaakt als er een kuiltje in de ondergrond zit. Voor de grap rijd ik kris kras door het bos hier in het pikkedonker. Is best een leuk terreintje om te offroaden voor beginners :) Het is nog een hele opgave om met vijf mensen te beslissen welke plek het minst kloterig is ;-)
|
|
Dan doen we gewoon maar wat. Ik ben eigenlijk te moe om de tent op te zetten. Dit is ook te belachelijk voor woorden, zulke uitzuigerij. Gewoon een stuk onbegaanbaar land kopen, een hek eromheen, paar toiletten en je noemt het een camping. Hier blijven we natuurlijk ook niet een paar dagen met plezier staan, dus morgen wordt het toch weer verkassen. :(
|
|
Als de tenten al half opstaan, komt de beheerder nog met zijn autootje langsrijden om te zeggen dat we hier niet mogen staan, omdat er elektriciteit op deze plek is. Het verhaal verandert als blijkt dat we hier toch alleen maar deze nacht blijven. Om de tent goed op te kunnen zetten, onder een den (of was het een spar?), moet ik eerst alle denneappels (of waren het sparreappels?) verwijderen, omdat die het grondzeil kunnen beschadigen. Gelukkig steekt Steffen een handje toe bij het opzetten van onze tent, want J-P en ik zijn een beetje versleten... Gelukkig hebben we lekker nog wat sjips, bier en wijn om deze lange fantastische dag te besluiten.
|
| << Vorige dag | >> Volgende dag |