|
Ga naar het verslag van dag 1
2
3
4
5
6
7
8
9
11
12
13
|
Dag 10: Varaita - Maira |
Dinsdag 15 juni |
|
Op ons verlanglijstje stond nog een onverharde bergweg, een bergrugweg tussen de Italiaanse dalen Valle Varaita en Valle Maire, haaks op de Colle di Sampeyre. Een mooie weg, op de foto's te zien met megafantastische uitzichten en ook nog eens weinig hoogteverloop en redelijk aangestampte gravel met af en toe een grote kei, dus te doen voor ons allemaal en toch niet zonder uitdaging.
|
|
Eerst natuurlijk wél een stukje rijden naar Italië. Geen vervelende route, Guillestre uit via een smalle gorge, met in de rotsen uitgehouwen tunneltjes. Daarna de Combe du Queyras, die door Michelin van een groen randje is voorzien, maar niet echt spectaculair is. De weg is te breed en te weinig bochtig om feestelijk te zijn.
|
|
Als we daarna naar het oosten, richting Italië, afbuigen via Chateau Queyras (hier staat een kasteel bovenop een berg!!), hebben we al fraai zicht op Monte Viso en de zogenoemde Pain de Sucre. Vlak langs de weg staat een Demoiselle coiffée. Dat zijn rotsen die zo zijn weggesleten dat het net pilaren zijn met een bolletje erop, net dametjes met een vrolijk rond kapseltje dus...(?).
|
 |
|
De Col d'Agnel (Colle Agnello) naar Italie klimt eerst tamelijk gelijkmatig langs een redelijk rechte weg. Pas aan het eind volgen een paar haarspelden. De watervallen stelen hier de show. Op de top pauzeren we tamelijk lang. Thomas is in gesprek met een Duitser met een GS Adventurer of zoiets. De afdaling is een stuk interessanter dan de beklimming. Heel veel haarspelden, jammer dat er veel grind ligt. Eenmaal beneden zijn we in de Valle Varaita en de sfeer is geheel anders dan aan de Franse kant van de bergen. Om te beginnen is het hier veel vochtiger, het lijkt wel nevelig hier en toch is het warm! Beetje tropisch doet het aan!
|
|
Na een lange opeenvolging van flauwe bochten komen we in Sampeyre uit, een klein levendig stadje. We zoeken een eetcafe op voor de lunch. We zetten de motoren voor het eetcafe neer, beetje krap is het, maar er kunnen nog net mensen langs... Niet dat er veel mensen op straat lopen. Nee, iedereen zit binnen want Italie speelt tegen Zuid-Korea voor het WK Voetbal. Het duurt dan ook even voordat we bediend worden op het terras :-) Ik bestel een broodje met mozzarella en tomaat. Daar krijg ik geen spijt van, want het is verrukkelijk. Hmmmmm, ook de prosciutto, bij mijn reisgenoten op de broodjes terug te vinden, valt goed in de smaak.
|
|
Ondertussen wordt het in het cafe niet echt gezelliger, want schijnbaar gaat het met Italie niet zo best. In de rust staan er ineens allemaal verdwaasde types in het zonnetje :-) Een blauwe jeep arriveert, CARABINIERI. De agent zet de wagen midden op het zebrapad neer. Dat zebrapad ligt op een hele vreemde plaats, totaal niet afgestemd op wat voor oversteekbehoefte dan ook :-) Het lijkt meer straatdecoratie.
|
|
Voor we vertrekken vergaap ik me aan de witte ceintuur van de carabinieri, die in de auto is blijven hangen. Een paar jaar terug zag ik in de Dolomieten hoe ze daar ook nog een soort damestasjes-achtige tassen aan hangen. Misschien wel propvol zware munitie :-) We zijn bijna weg als de politieagent naar buiten komt. Hij rekent ons voor wat dit gaat kosten, zoals wij geparkeerd staan. 240 euro! Hij pakt geen bonnenboek en wij gingen toch al weg. Maar hij had het toch maar mooi even voor ons berekend :-) Wat Guus Hiddink al niet vermag!
|
|
Ondertussen moeten we nog steeds uitzoeken hoe die bergrugweg weg nu precies loopt, want op de Michelinkaart zagen we wel een stippellijn lopen met de berg mee, maar ik twijfel nog ernstig of die stippellijn wel berijdbaar is. Ook de meest pittige wandelpaden worden namelijk met zo'n stippellijntje aangeduid. J-P scoort een kaart met hoogtelijnen in een boekhandel. De eigenaar van de boekhandel spreekt een aardig woordje Frans en drukt J-P op het hart vooral niet in zijn eentje die weg te gaan rijden, want het kon nogal eens gevaarlijk zijn daar. Hij vertelt ook nog dat ons reisdoel van vanmiddag onlangs is uitgeroepen tot het mooiste stukje natuur in Italie.
|
|
Eerst moeten we de Valle Varaita uit, de Colle di Sampeyre op. Deze weg is op de Michelinkaart half stippellijn, half doorgetrokken lijn. Dat duidt op een onverharde of slecht onderhouden weg. De weg is echter wel verhard. Hij wordt alleen steeds smaller en smaller. We kronkelen wat af langs de bergwand, heel erg gaaf. Bij elk stukje boerenpad denk ik 'zou dat het zijn', maar we klimmen eerst nog flink wat af, tussen de bossen. Ronduit prachtig is hier de overgang van de vegetatie. Waar er steeds minder bomen staan, groeien er steeds meer planten met prachtige donkerroze bloemen. Heel heel heel bijzonder. En dan is er nog de bewolking! We rijden af en toe de wolk in!
|
 |
Boven op de Colle di Sampeyre hangt nog steeds half die wolk. Heel vreemd is dat, half zonneschijn, half mist. En warm! Toch zeker drie auto's staan hier, van mensen die hier een stukje wandelen of gewoonweg met het hele gezin liggen te zonnen (n a a s t de wolk :->).
|
|
We bekijken de oogst uit de boekhandel, twee wandelkaarten, uiteraard met hoogtelijnen. Ja, hier moet het zijn! We kunnen vanaf dit punt twee kanten op en we besluiten oostwaarts te gaan rijden, want dat is het langste stuk en komt uiteindelijk weer redelijk in de bewoonde wereld uit. On y va!
|
|
Grof grind, dat is goed te doen. Al snel komen we een vriendelijk glimlachend echtpaar tegen, dat klaar is met recreëren. Hierna alleen nog een uitgestrekt berglandschap en deze weg, die ons op 1 hoogte langs de bergwand leidt.
|
 |
|
Slingeren doet het niet echt, om de paar honderd meter draaien we met een bochtje weer een slag, dat is alles. De keien lijken wel steeds groter te worden en naarmate ik meer het idee krijg dat we echt in the middle of nowhere zitten, lijkt de helling ook een stuk steiler. Kortom, ik neem op een gegeven moment liever het linkerspoor, het dichtst bij de berg en het verst van de afgrond :-)
|
 |
|
De Pan van J-P stuitert steeds heftiger. In een bochtje stoppen we even om het landschap te bewonderen. J-P ziet het niet heel erg meer zitten om verder te rijden, maar is er wel ineens vandoor. Als ik ook wil wegrijden, rijd ik zo tegen een dikke kei aan zonder dat ik al voldoende gas geef en ik donder zo om! Meestal denk ik dan eerst om de dodemansknop, maar in dit geval probeer ik juist eerst te toeteren om J-P te waarschuwen. Die heeft echter al zijn aandacht bij de weg voor hem. Valt wat voor te zeggen in deze omstandigheden :-) Gelukkig is Pernette er ook nog. Die zet de knop om en helpt in 1 moeite mijn motor recht. Daarna kom ik nog steeds niet weg, omdat ik me niet realiseer dat de killswitch nog terug om moest. Zucht :-)
|
 |
|
Het uitzicht is adembenemend, maar tijdens een rustpauze zit ik toch niet helemaal lekker. Gemengde gevoelens. Hoe lastig wordt het vervolg? Het grappige is dat het van veraf steeds erg eenvoudig lijkt, beetje hetzelfde effect als op foto's van deze weg. Op 1 punt ligt echt een zee van grote keien.
|
 |
|
J-P peddelt hier een beetje, maar als ik dat doe, gaat het echt veel moeilijker. Dan toch maar even wachten, weer een beetje snelheid maken en balanceren. Oh, wat moet kort keren op een strakgeasfalteerde weg straks een eitje zijn! Dit is zonder meer de grootste uitdaging die ik tot nog toe ben aangegaan met de motor. Een fout maken is omflikkeren. En dat op die kloterige grove keien. Van de berg afstorten doe je gelukkig niet zomaar :-)
|
 |
|
Ik probeer nu een gelijkmatig tempo te blijven hobbelen in de tweede versnelling. Als het heel lastig wordt, schakel ik terug naar de 1. Dat geeft meer tijd om alles aan te voelen en ik kan dan beter en rustiger balanceren.
|
|
De weg draait wat naar links weg en daarna komt een scherpe bocht naar rechts, waar J-P al is verdwenen. Thomas nadert in mijn spiegels. Ik roep dat dit gekkenwerk is en dat ik dit echt he-le-maal niet kan! Ja, roept Thomas, jullie rijden ook veel te hard! Je moet proberen het rustiger aan te doen. Ja maar, ja maar, dan donder ik om! Ok goed, hierna doe ik nog wat meer in de 1. Het loopt hier naar beneden. Ik zie J-P in een haarspeld rechtsom met de voeten aan de grond. NOG grotere keien! Hij wacht tot ik er ben. Doordat ik hem zo heb zien peddelen, durf ik het ook niet aan er doorheen te rijden en zet een voet aan de grond. Dom dom dom, dat had ik toch al eerder gehad op de Parpaillon? Ik kukel bijna omver, terwijl dat helemaal niet had gehoeven. Gewoon rustig in balans doorrijden. En natuurlijk is J-P alweer uit het zicht verdwenen!
|
|
Als ik op een wat langer recht stuk J-P weer zie stilstaan, bijt ik 'm toe dat hij wel moet blijven wachten. Bijna lag ik daar in een bocht. J-P begint te foeteren dat dit toch gvd mijn idee was en of ik dacht dat hij het leuk vond? En dat dit toch zeker gekkenwerk is, zeker met een pan! En dat hij niet langzamer kan! Oef, dat was natuurlijk te verwachten, dattie het niet zo naar zijn zin had :-) Hmm, het echte genieten is bij mij ook al een tijdje over (ik zweet letterlijk en figuurlijk peentjes!), dus dat mag hij ook wel weten. Ik beur hem op door te voorspellen dat hij nu foetert, maar -eenmaal thuis- ongetwijfeld niet kan ophouden met opscheppen over het volbrengen van deze tocht! Dat is hij wel met me eens :-) Voor het eerst zweet ik met al die inspanning en de brandende zon als een gek in mijn helm. Pffff, kan dat ding niet af? :-)
|
|
Langzamer rijden, zoals Thomas suggereerde, kan niet met dat zware ding, zegt J-P, want dan gaat ie gegarandeerd tegen de vlakte. Als we de XT's weer zien naderen, rijden we verder en het terrein wordt af en toe flink makkelijker. Minder grote hoeveelheden keien, maar wel van die hele grote stepping-stone achtige stenen.
|
 |
|
Tijdens een tussenstop zagen we een dorpje in de verte liggen, maar dat is na een kilometer of zeven nog steeds niet in zicht. Wel staat er op een gegeven moment een bordje, de weg is nog onverhard. Rechtdoor verder gaat het door, onverhard, naar rechts zou het op een gegeven moment verhard moeten worden naar dat ene dorpje.
|
|
Als we bij het dorpje komen, blijkt het bijna helemaal vervallen en uitgestorven te zijn. Terwijl er toch echt ook een kerkje bij was! Alles lijkt hier witgewassen, de oude dakpannen, alle muren en de weg (stoffig!). En nog geen asfalt, maar nog een lange zand-grinderige weg met enorme putten en een heleboel bochtjes. Ik probeer hier zoveel mogelijk staand te doen. Dat durf ik hier wel tussen de bossen en met minder pijnlijk grote keien om op te vallen.
|
 |
|
Dan begint het asfalt en ik kan me nog net inhouden, dus juich ik niet :-) Dit laatste stuk was wel weer erg leuk! Ineens zijn we dan ook echt weer een beetje in de bewoonde wereld, zij het een dunbevolkte. Huisjes, mensen die in de tuin werken en mensen die langs de weg een stukje wandelen. Ze kijken ons aan alsof we uit het niets komen. Zo voelt het ook.
|
 |
|
Het dorp houdt snel weer op en we rijden een lange smalle slingerweg, waar het asfalt op een gegeven moment echt gloednieuw is, zo mooi pikzwart, met strakke witte strepen langs de rand. Een uit de kluiten gewassen fietspad, meer is het niet. En heel erg veel groen overal. Een oase! J-P zijn humeur is volgens mij alweer opperbest, die vlamt ervandoor. Het is hier buitengewoon prachtig...
|
|
Maar dan moeten we toch ontwaken uit de droom. In het Mairadal rijden we naar het oosten en daar is het nogal druk. We rijden een stadje binnen en moeten even wat aan de routeplanning gaan doen. Omrijden over grote wegen om dan via de S21/D900 (Col de Larche) en vervolgens via de Col de Vars weer terug naar Guillestre te rijden is een grote gok, want de kaart reikt niet ver genoeg naar het oosten om te kunnen zien hoe groot die omweg gaat worden. Het Mairadal loopt dood naar het westen (wat meteen ook een van de charmes van dit dal is) en pas weer een heel stuk zuidelijker, aan de andere kant van weer een bergkam, is de volgende doorlopende weg, de s21 dus. We weten alleen niet hoe ver we naar het oosten moeten doorrijden om naar het zuiden te kunnen doorsteken.
|
|
Het is al zes uur geweest. Qua tijd lijkt het de beste optie om de Colle di Sampeyre nu helemaal te rijden, via Elva (op de terugweg dus maar voor de helft, omdat we op het hoogste punt haaks hierop wegreden, over die bergrugweg). En dan vanaf Sampeyre weer dezelfde weg terug naar Guillestre, dus via de Col d'Angel en de Combe du Queyras.
|
|
Bij Stroppo slaan we rechtsaf, alweer een smalle kronkelweg, richting Elva. Alweer een fantastisch weggetje, het wordt bijna saai ;-) Maar de vermoeidheid begint al op te komen. Op een gegeven moment zie ik heel lang niemand meer in mijn spiegels, ook niet als ik langzamer ga rijden. J-P keert terug om te kijken wat er aan de hand is. Pernette zag letterlijk sterretjes en is even gestopt om bij te komen. Doodstil is het, dreigend, want de lucht kleurt pikzwart in het westen. Nou, als we straks deze col over moeten en daarna de Col d'Agnel, dan zullen we wat meemaken... Na een hele dag zweten doe ik maar mijn dunne fleece aan. Het zal wel niet aangenaam zijn hierboven. Maar daar zijn we nog niet! En er moet toch echt snel getankt worden...
|
|
Als we weer allemaal bij elkaar zijn, missen we de afslag naar de col. Die zat dan ook heel erg verstopt, onder een hoek van minder dan 90 graden, rechtsaf. Terwijl wij denken de doorgaande weg, dus de col, te volgen, draaien we langs een iets oostelijker gelegen weggetje weer helemaal om een beboste berg heen terug naar het Mairadal. Weer stoppen, J-P gaat ergens de weg vragen. Naar later blijkt was dit in Elva, een heel klein dorpje met grote kunstschatten (middeleeuwse fresco's in de kapel; daar kun je niet zomaar in, je moet eerst ergens de sleutel bij iemand gaan halen!). Grappig genoeg treft hij in Elva Duitse mensen. Zij zijn de eigenaar van een hotel daar in dat piepkleine dorp. Gelukkig zijn de routeaanwijzingen dus ook begrijpelijk (helaas geen Italiaans voor op weg bestudeerd, we weten niet eens wat rechts/links is in het Italiaans!). Het begint al te donderen in de verte. Nee, dat is dus geen vaag gerommel. Onweer in de bergen geeft ongelofelijk harde klappen (voor wie het nog niet wist...).
|
|
Even later, bij een plukje huizen, twijfelt J-P alweer, dus hij schiet een soort van zijstraat in. Daar is veel bedrijvigheid. Hij vraagt een boer waar Goria is. De boer zegt 'je rijdt er net op' en zijn boerderij blijkt precies zo te heten als het dorp!! Tsja... :-) Een paar bouwvakkers die druk aan een huis bouwen (overuren!) wijzen ons op de kaart de weg.
|
|
Dan rijden we alsnog de col op. Bovenop is het al flink aan het spoken. Het waait hard en het begint te regenen. Gelukkig haalt Pernette het met haar benzine tot aan de top. Beneden in Sampeyre aankomen lukt dus gegarandeerd :-) Als we daar niet kunnen tanken, kunnen we altijd nog een hotel opzoeken. Het is nog een kilometer of 20 door de regen. Ik ben echt moe en moet voor een paar van die hele kleine bochtjes echt flink remmen in de bocht, te hard aan komen rijden. En onzeker over de nattigheid.
|
|
In Sampeyre blijkt de pomp waar we vanmiddag al tankten nog open te zijn! We horen dat Italië heeft verloren van Zuid-Korea vanmiddag! Due-Uno.
|
 |
|
In hotel/restaurant Alte Alpi bestellen we de avondmaaltijd. Met handen en voeten he. Meneer heeft geen kaart, maar 'Spaghetti' begrijpt iedereen :-) Later horen we dat hij andere gasten in vloeiend Frans te woord staat, maar we blijven het in het Italiaans proberen :-) Een grote schaal spaghetti krijgen we. Echte spaghetti, dus zelf gemaakt en met echte tomaten! Niet zo'n pan vol saus eroverheen gekieperd, maar zoals het eigenlijk echt moet: subtiel. Verrukkelijk. De ober blijft maar soepstengels aanslepen voor erbij. Eigenlijk heb ik hier al genoeg aan. Maar dit was natuurlijk nog maar het voorgerecht! Ik krijg nog een kaasplateau en verder is er patat, bloemkool en kip in een jasje. En toe een echt Italiaans ijsje. De coupes zijn tot de rand toe afgespateld. Smullen!
|
|
Het is nu donker. Nu zijn die hele flauwe bochten die op de heenreis een beetje verveelden wel lekker om weer een beetje op gang te komen. En dan dienen de eerste borden 'Tornanti' zich aan. Heeeeel handig in het donker, die dingen! Alleen staan de borden er soms verdomd vroeg. Dan ben ik al flink aan het afremmen terwijl J-P nog doorstoomt. Hij ziet zeker *wel* van alles in het donker?! Nou ja, beter te langzaam dan te hard hier. Heerlijk is het om zo die bochtjes te draaien. Gaaf om de lichtjes achter me te zien.
|
|
Ondertussen wordt het winterkoud. Die dunne, ongevoerde zomerhandschoentjes blijken nu voor het eerst te koud. De maan is halfrond en het is helemaal helder geworden. Wat een trip!
|
|
Natuurlijk is het fris op de col. Ik heb nog een fleece, maar de jongens hebben alleen een t-shirt aan onder hun jas en Pernette zelfs alleen een hemd. Thomas wordt prompt niet lekker van de kou en gooit het driekleurige ijsje weer naar buiten, precies op het uitzichtspunt van de Col d'Agnel. Leuke verrassing voor de toeristen morgen :-)
|
|
Tijdens de afdaling, een paar bochten later, ziet Pernette het niet meer zitten. Ze heeft het benauwd en ziet veel te weinig met dat theelichtje van de xt dat ze een koplamp noemen. We zullen toch verder moeten, dus we rijden op het gemak terug naar Guillestre. Het is kwart voor middernacht als we daar aankomen.
|
| << Vorige dag | >> Volgende dag |