|
|
<< Vorige Volgende >> |
Dag 9: van Porto naar Zonza |
Dinsdag 24 mei 2005 |
| Om half tien vertrekken we van de camping, waar men al vroeg aan de slag was om de plekjes te onderhouden (onkruid wieden e.d.). Het zijn oudere, Noord-Afrikaanse mannen, waarvan sommigen al lang met pensioen zouden moeten zijn. In plaats daarvan staan ze dit zware werk te doen. De oudste werkt met een bos onkruid als een soort bezem, heel apart (en slecht voor je rug!?).
|
 |
|
Reisdoel is Zonza, een stuk naar het zuiden, maar wel in het bergachtige binnenland. We willen deze ochtend zoveel mogelijk langs de kust rijden in de richting van Ajaccio. Vanwege een laag energieniveau even wat minder gepriegel en wat meer opschieten, maar toch nog leuk rijden (op de kaart een brede gele weg met veel bochten en een groene rand). Dit is echter een drukke route. Vanuit Porto zitten we al meteen in een file achter een autobus die onmogelijk in te halen is met al die korte bochtjes.
|
 |
|
Eenmaal Piana voorbij wordt de weg wat ruimer, maar is het nog altijd vrij druk. Niets aan zo! Behoorlijk veel motorrijders ook, dus er klopt iets niet!
|
 |
|
Wel tof rijden hoor, zo vlak langs het water.
|
 |
|
Toch gaan we liever priegelen, dus we slaan een klein weggetje in. Dat gaat eerst wel weer een eind terug naar het noorden, maar levert wel een heel mooi uitzicht op over de kustlijn. En rustig! Heel mooie plek voor een water- en broodstop! Eens even tijd om naar de maquis te luisteren (!), want die bruist van het leven. Het beweeglijkst zijn de talloze hagedissen natuurlijk.
|
|
We steken binnendoor boven Ajaccio langs en rijden een stukje langs de rivier de Prunelli. Hier hebben ze de heteluchtföhn aangezet. Na Cauro doen we een klein stukje rode weg, de N196, en gaan er dan weer af bij Sainte Marie-Sicche, waar we achter een rood brandweerwagentje komen te zitten, dat lekker Corsicaans sportief de bochten aansnijdt.
|
 |
|
In Zicavo stoppen we bij een cafeetje waar twee Duitse motorrijders zitten, de een heeft een Buell, de ander een RS. Terwijl ik mijn helm nog op heb, hoor ik ze al over de prachtige kleurstelling van de blauwwitte GS, dus we zijn duidelijk onder vrienden hahaha.
|
|
De mannen zijn afkomstig uit Karlsruhe en vinden het hier helemaal geweldig. Ze hebben een zorgvuldig uitgewerkt reisschema van zes dagen en vertellen enthousiast wat ze nog allemaal gaan doen. Verwarrend om nu weer Duits te spreken. Zo erg zelfs dat we het personeel van het café per ongeluk ook in het Duits aanspreken, grrr.
|
|
Als we geen vlees eten, hebben ze wel salades voor ons. De matron laat een grote teil met couscous zien, met kikkerwten, pepermunt, tomaten en uitjes (tabouleh). Nou! Dat zal wel smaken! We krijgen ook koude fusilli met ingelegde paprika's (die kun je hier heel veel krijgen, en dan merk je pas goed hoe lekker zoet paprika's kunnen zijn).
|
 |
|
Onze vrienden doen ons wat tips aan de hand over goede campings en zijn nogal negatief over de camping in Zonza waar wij naartoe onderweg zijn. Er is daar niet eens elektriciteit! Zij verblijven steeds aan de kust, maar dan moet je wel eerst een heel stuk (meestal ook minder leuk, want grote, rechtere wegen) afleggen voordat je bij de echt leuke weggetjes bent. Zonza ligt lekker centraal voor de zuidelijke bergwegen en is een goede uitvalsbasis voor de stadjes Sartène en Bonifacio. Dus als het sanitair goed is…
|
|
De Buell-rijder vindt zijn vering ook niet voor alle wegen hier even geschikt vanwege de putten en hobbels en heeft wel het gevoel dat hij zijn motor veel pijn doet af en toe. De RS-rijder zegt nog geen last gehad te hebben van zijn BMW-ABS. Opmerkelijk!
|
 |
|
De col na dit plaatsje, de Col de la Vaccia, is een pittige, met tamelijk veel (drieste) wielrenners en grote plakkaten grind en soms vrij nauwe bochtjes.
|
 |
| Mooi uitzicht bovenop! |
 |
|
De afdaling is prachtig met hier wat blekere rotsen. Smalle wegen, dus die Nederlander die zijn bocht nogal ruim neemt en vol op zijn rem moet voor J-P, krijgt wat verwensingen naar zijn hoofd. Nochtans lijkt hij zich toch briljant te hebben aangepast aan de lokale rijstijl.
|
 |
|
Vlak voor Zonza zien we een kleine pomp en de deur van het bijbehorende winkeltje staat op een kier. Een bejaarde dame komt ons helpen, hoewel we het gedoe met de slang (die is netjes handmatig opgerold) maar gewoon zelf doen. Als ik ga afrekenen, neemt de mevrouw plechtig plaats achter een klein tafeltje met daarin een laatje met wisselgeld. Aangezien de vanochtend nog strak blauwe lucht nu geheel betrokken is, vraag ik haar of ze weet wat voor weer het wordt. Ach, misschien regent het hogerop in de bergen eventjes, zegt ze, maar hier blijft het droog hoor. En op een paar spetters na klopt dat
inderdaad.
|
|
De camping in Zonza daar rijden we recht op af. Eerst een rondje over het terrein om de toiletten te inspecteren. Die ruiken sterk naar chloor (is beter dan wat anders, zeg maar) en zien er brandschoon uit, dus dat zit wel goed. Plekje zoeken en inschrijven maar. De beheerster is trots op haar schone sanitair en zegt dat het zo jammer is dat de grotere campings, vaak met de meest luxe voorzieningen, wel het vuilst van allemaal zijn. Ze spreekt prachtig gearticuleerd Frans, reuze handig!
|
|
Haar collega en partner zegt over de aanslagen van van de week 'C'est bon'. Die Fransen moeten ook maar eens opzouten. Hmmmm... dat geeft het leuke gesprek een eigenaardige draai. Denk ik meteen dat hij zo'n type is dat de plaatsnamen kapotschiet.
|
|
Vrijwel tegelijkertijd is het Pan-koppel dat met ons op de ferry stond, aangekomen. Dat komt nog goed van pas. Voor de toiletinspectie heb ik mijn motor veel te schuin weggezet. Meestal niet eens een probleem, dan zet ik hem gewoon recht voor ik erop ga zitten. Maar dit is zanderig grind en mijn voeten krijgen niet eens grip. Krijg ik dat loeder niet eens overeind!
|
|
De Pan-man is me te hulp geschoten. Do you need some help? In het Engels! Dus toch verlegen en denken dat we geen Frans spreken. Als J-P wat roept over dat ik een 'salonféministe' ben, is mijn redder in nood verbaasd over het Frans. Komisch. Goed, ik zit nu op mijn motor, da's stap 1. Vervolgens blijk ik al helemaal naar links gericht te staan terwijl ik direct naar rechts een vervelend bochtje vol geulen moet maken en zie ik het alsnog niet zitten. J-P rijdt de motor naar onze kampeerstek. De afgang is compleet. Het verhaal is dat ik erg moe ben, maar ik ben ervan overtuigd dat ik het sowieso niet kan.
|
 |
| << Vorige Volgende >> |