Motortrips - Corsica 2005:

Volgende >>

Dag 1: Terneuzen - Riel-les Eaux

Maandag 16 mei 2005

Vooraf ongelofelijke vakantiezenuwen. Het lijkt erop alsof dat elk jaar erger wordt. Eenmaal op de motor is alle onrust snel weg en begint langzaam het vredige vakantiegevoel de overhand te nemen. Het weer helpt goed mee. We gaan tot aan Sedan, vlak bij Bouillon, snelweg rijden. In Brussel passeren we een Transalp, een GS en een VStrom. J-P gebaart druk, waardoor ik denk dat we verkeerd rijden, maar hij wil alleen maar zeggen dat dat Remco, Albert en Kees geweest moeten zijn! We nemen afrit 25 richting Sedan en vervolgens een autoweg langs Bouillon. Deze weg kruisen we wel eens op weg van of naar Luxemburg. Vlak na Sedan zitten we al meteen op groene, bochtige wegen en kan de vakantie echt beginnen.
Even pauze voordat de vakantie echt begint
Ik heb voor de GPS een route uitgestippeld zo recht mogelijk naar beneden dwars door Frankrijk van Sedan naar Toulon, met zoveel mogelijk bochten en vrijwel alleen gele en witte wegen volgens de Michelin-kaart. Verder ook zo veel mogelijk landschappelijk interessant gebied, naar de kaart te oordelen. Dus zo veel mogelijk reliëf en eventueel bebossing, liefst meanderend langs riviertjes, dat is altijd dikke pret. Alles bij elkaar zou dit zo'n 1300 km binnendoor moeten zijn. Rekening houdend met het van de route afwijken om te zoeken naar campings, benzinestations en wat dies meer zij, verwachten we dat we uiterlijk over vier dagen in het zuiden zijn, mogelijk zelfs in drie dagen. Geen haast, want geen reservering voor de overtocht naar Corsica, maar i.v.m. eventuele drukte zou het wel fijn zijn als we niet in het weekend hoeven te varen.
Is het nog ver?
We rijden al snel door de mooiste dorpjes, waar je meestal op je gevoel een uitweg moet vinden. De GPS helpt niet zo, want die zoomt in (had ik wel uitgezet!), zodat ik de context uit het oog verlies. Allemaal niet erg, J-P merkt niet eens dat we af en toe wat onlogische omwegen maken. Ik rij telkens weer zo dat we even verderop weer de route kunnen oppakken.
Ergens in de Champagne-Ardennen
Overal staat het koolzaad (of is het mosterdzaad?) in bloei. Het weer is niet helemaal overtuigend. In de omgeving van Grandpré rijden we vele mooie bochtjes door agrarisch gebied. Het is er wel druk met enorme trekkers, en de berijders zijn niet altijd even attent.
Slinger slanger langs de rivier
Het landschap lijkt veel op Luxemburg, met hogere, vrij kale vlaktes met wat rechtere wegen en daartussenin telkens prachtige dalletjes met bochtige wegen en bebossing. We hebben het zo weten te arrangeren dat we die rechte wegen hooguit kruisen.
Een van de vele...
Uiteindelijk begint het toch te regenen. Bij een van de vele oorlogsbegraafplaatsen in deze streek trekken we de regenpakken aan. Als we even later moeten tanken, laat ik de Garmin uitzoeken waar het dichtstbijzijnde tankstation is. Dat blijkt Bar-le-Duc te zijn. Hadden we zelf ook wel kunnen bedenken, want het is de dichtstbijzijnde grotere plaats ;-)
De regenpakken houden we nog een poosje aan, want hoewel de weg verderop droog is en de lucht ook al niet meer zo dreigend, is het ook wel lekker warm zo. In het Forêt de Blinfey blijkt dat ik een stukje onverharde weg in de route heb opgenomen en we besluiten het maar te proberen, ondanks de bagage. Dan ben ik nog blij met dat regenpak, want we rijden door flinke plassen. Op het weggetje, dat half om half verboden toegang is, komen we nog een vogelaar tegen met een toeter van een camera. Hij kijkt nogal nors. We zijn dan ook niet echt in schutkleur (fluorescerend oranje) :-)
We komen uit op het erf van een boerderij en zouden daar dwars overheen verder moeten rijden, maar dat lijkt echt niet te kunnen. De overige wegen zijn veel te modderig. Weer een stukje terug, een afslag in, en het wordt alleen maar onduidelijker waar we er fatsoenlijk weer uit kunnen. Verdwaald? Nou even dan!
Forêt de Blinfey
Uiteindelijk vindt J-P een uitweg en belanden we in Beurville, een supercharmant dorpje.
De eerste de beste camping die we proberen, in Riel-les-Eaux, is gelukkig open. (Is niet altijd even logisch, half mei.) In het rommelige kantoor van de uitbater (overal stapels papier, mappen en boeken) betalen we zes euro dertig voor een nacht. Het is eigenlijk een visserscamping, met een tamelijk groot viswater. Onze stek is erg zompig, het heeft hier de afgelopen dagen kennelijk veel geregend.
Visserswater
Voor op doorreis hebben we gevriesdroogde maaltijden bij ons, maar de eerste (mihoen) valt ontzettend tegen. Jammer. Hopelijk zijn die vijf andere pakketten wel te eten :-) Gelukkig kunnen we in de kantine wat drinken om de vieze smaak weg te spoelen.
Eerste avondmaal
Volgende >>